
Vastgoedrecht: Nadere invulling kruimelgevallenregeling door Afdeling Bestuursrechtspraak (03-11-2011)
Op 26 oktober jl. heeft de Afdeling (ABRvS) een uitspraak gewezen waarin nader is bepaald wanneer sprake is van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.12 Wabo, de zogenaamde kruimelgevallenregeling.
Artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), biedt de mogelijkheid om voor afwijkingen van het bestemmingsplan ontheffing van de regels van het bestemmingsplan te verlenen. De mogelijkheden waarvoor ontheffing verleend kan worden, zijn genoemd in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
De ABRvS heeft geoordeeld dat uit de tekst van artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 2 van de Wabo niet blijkt dat is beoogd de toepassing van de bevoegdheid te beperken tot planologisch ondergeschikte gevallen. De toepassing van de bevoegdheid is namelijk uitsluitend beperkt tot de categorieën van gevallen zoals genoemd in artikel 4 van de bij het Besluit omgevingsrecht (Bor) behorende bijlage II. Daarbij blijkt volgens de ABRvS uit de tekst van artikel 4 van het Bor noch uit de geschiedenis van totstandkoming daarvan, dat beoogd is om de toepassing van die bepaling te beperken tot één bijbehorend bouwwerk per perceel of aanvraag om omgevingsvergunning. Ook brengt volgens de ABRvS de omstandigheid dat een bijbehorend bouwwerk is gedefinieerd als uitbreiding van een hoofdgebouw danwel een functioneel daaraan verbonden bouwwerk, niet met zich mee dat toepassing van artikel 4 Bor is beperkt tot één bijbehorend bouwwerk. Artikel 4 stelt volgens de Afdeling dus geen beperkingen aan het aantal, anders dan de aantallen die genoemd worden in bijlage II.
Daarnaast is de ABRvS van oordeel dat het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.12 Wabo in ruime zin moet worden uitgelegd. Dat wil zeggen dat het begrip “gebruiken” als daar bedoeld, niet alleen betrekking heeft op het gebruik van gronden of bouwwerken, maar ook op het bouwen en slopen van bouwwerken in strijd met planologische regelgeving, in het bijzonder het bestemmingsplan. De ABRvS vindt daarvoor steun in onder meer de wetsgeschiedenis van de Wabo en zij is ook van oordeel dat een andere uitleg onbedoelde beperkingen van de Wabo en de daarop gebaseerde regelgeving meebrengt. Artikel 2.12 Wabo bevat dus niet de beperking dat alleen van een bouwvoorschrift van het bestemmingsplan kan worden afgeweken.
Het blijft dus van belang om ook bij de kruimelgevallenregeling goed op te letten wat er wel en wat er niet onder deze regeling gebracht kan worden.
Ilse van der Poel i.vanderpoel@schenkeveldavocaten.nl
Terug naar overzicht
|