Met recht overtuigend
Zoeken
Zoeken UK
Nieuws

Vastgoedrecht: Let op bij principetoezeggingen voor een bouwplan (29-09-2011)

Op 15 juni 2011 heeft de Afdeling Rechtspraak Raad van State (“ABRvS”) een uitspraak gewezen over een principetoezegging en de vraag of een dergelijke toezegging moet worden nagekomen. Deze uitspraak is van belang voor de rechtspraktijk.

In die zaak was een principeaanvraag ingediend voor het oprichten van een vrijstaande woning. Het bouwplan was niet in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het College heeft vervolgens aan de aanvrager van de bouwvergunning meegedeeld dat het in beginsel bereid is om met toepassing van artikel 19 tweede lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO (oud)) medewerking te verlenen aan de realisatie van het bouwplan.

Vervolgens is in 2008 geweigerd om vrijstelling te verlenen en heeft het College zich op het standpunt gesteld dat het bouwplan uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening noch uit welstandsoogpunt aanvaardbaar is.

In principe mag het College terugkomen van de aanvankelijke bereidheid om met de toepassing van artikel 19 WRO medewerking te verlenen aan de realisatie van een  bouwplan. Op het moment dat echter geweigerd wordt om vrijstelling te verlenen, zal dit wel deugdelijk gemotiveerd moeten worden. Hierbij dient het College de gevolgen van het bij de verzoeker om vrijstelling door de aanvankelijk uitgesproken bereidheid gewekte vertrouwen af te wegen tegen de door de weigering ingediende belangen en zal het College onder ogen moeten zien of die afweging tot het verlenen van compensatie noopt.

In deze zaak heeft het College gemotiveerd dat geen vrijstelling wordt verleend omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. De Afdeling weegt vervolgens mee dat de toezegging in planologisch opzicht ongeclausuleerd is en bovendien de toezegging door het College is gedaan na vergelijking van het verzoek van appellant met een eerder afgewezen verzoek. Uit de brief blijkt niet dat slechts een beperkte toets is uitgevoerd of dat enig voorbehoud aan de toezegging is verbonden. Het College heeft daarom ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom het van inzicht is veranderd en alsnog heeft geweigerd medewerking aan het bouwplan te verlenen. Het beroep is dan ook gegrond.

Het voorgaande betekent dat het College (of de Raad als dat orgaan bevoegd is) in principe medewerking dient te verlenen aan de realisatie van een bouwplan indien sprake is van een ongeclausuleerde toezegging. Het is van belang om hier rekening mee te houden.

Ilse (E.C.W.) van der Poel
i.vanderpoel@schenkeveldadvocaten.nl



Terug naar overzicht


Disclaimer Sitemap Algemene Voorwaarden