
Arbeidsrecht: Ondanks pensioenontslagbeding geen beëindiging arbeidsovereenkomst na 65e (20-12-2011)
Werkgeefster stelt dat met het bereiken van de 65-jarige leeftijd van werknemer de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Werknemer vordert wedertewerkstelling, werkgeefster verzoekt ontbinding. De vordering van werknemer wordt toegewezen.
Werknemer is op 1 april 1992 in dienst getreden van werkgever, met een arbeids-overeenkomst voor onbepaalde tijd, als laatste in de functie van (titulair) verkoopdirecteur. Werkgeefster hanteert geen CAO, maar een arbeidsvoorwaardenreglement (hierna: reglement). Daarin is bepaald dat ‘de arbeidsverhouding met onmiddellijke ingang eindigt door het aanbreken van de pensioengerechtigde leeftijd.’ Voor werknemer is dat op 1 september 2011. Werkgeefster laat hem na die datum niet meer tot het werk toe.
In kort geding vordert werknemer wedertewerkstelling en loondoorbetaling. Aan zijn vordering legt hij ten grondslag dat het reglement hem nimmer ter hand gesteld is en dat hij zich niet akkoord heeft verklaard met de inhoud. De arbeidsovereenkomst is dus niet van rechtswege geëindigd. Werkgeefster stelt daartegenover dat het reglement werknemer wel ter hand gesteld, hij was met de inhoud op de hoogte en door gebruik te maken van de daarin gestelde faciliteiten met de inhoud akkoord gegaan. Daarnaast beroept zij zich op een uitspraak van de Hoge Raad (NJ 1995,430 Codfried/ISS) waarin wordt overwogen dat ‘een dienstbetrekking in het algemeen eindigt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd’. Als laatste stelt werkgeefster dat het in haar bedrijf gebruikelijk is werknemers na hun pensioen niet in dienst blijven.
De kantonrechter meent ten eerste dat niet gesteld noch is gebleken dat het reglement in de individuele arbeidsovereenkomst is opgenomen. Een enkele terhandstelling van de reglementen is onvoldoende. En overigens impliceert bekendheid met de inhoud geen instemming daarvan. De arbeidsovereenkomst is daarom niet geëindigd op grond van het reglement. Ten tweede kent het Nederlandse arbeidsrecht geen rechtsfiguur van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die van rechtswege eindigt. Ook uit Codfried/ISS kan niet worden afgeleid dat de Hoge Raad van oordeel is dat een arbeidsovereenkomst eindigt als een werknemer 65 jaar wordt, indien dit niet is overeengekomen. Als laatste verwerpt de kantonrechter het verweer van werkgeefster over het vaste gebruik van beëindiging dienstverband na het bereiken van 65 jaar. Nog ervan afgezien dat werkgeefster deze stelling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, kan bij een beroep op het ‘gebruik’ van artikel 7:667 lid 1 BW niet voorbij worden gegaan aan hetgeen in de samenleving als geheel gebruikelijk is. Op dit ogenblik is de maatschappelijke tendens onder invloed van de discussie over het doorwerken na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, zeker bij functies die werknemer vervult. De arbeidsovereenkomst van partijen is daarom op en na 1 september 2011 blijven voortbestaan. De kantonrechter wijst het verzoek tot ontbinding af en wijst de vordering van de werknemer toe. (LJN: BU3431)
Annebeth Sieswerda a.sieswerda@schenkeveldadvocaten.nl
Terug naar overzicht
|